|
Woonmilieu-indeling: toelichting
Voor het onderscheiden van woonmilieus is in eerste instantie gekeken naar de mate van verstedelijking. Dat is gedaan aan de hand van infrastructuur, bevolkingsdichtheid en bedrijvigheid. Alhoewel in de Westelijke Mijnstreek duidelijk sprake is van enige verstedelijking is over het algemeen sprake van een matige verstedelijking. Een echt sterk stedelijk woonmilieu is maar beperkt aanwezig. Binnen het onderzoeksgebied beperkt zich dat tot de stedelijke centra van Sittard en Geleen. Wanneer dat op landelijk niveau bekeken zou worden zou binnen Limburg eigenlijk alleen bepaalde delen van Maastricht aangeduid kunnen worden als een sterk stedelijk woonmilieu.
 |
Het ‘DNA’ van de regio Uit de verkenning van de regio zijn vijf woonmilieus naar voren gekomen. Het doel van de gehanteerde indeling in woonmilieus is om gevoel te krijgen met het DNA van de regio. De atlas moet daarbij gezien worden als eerste aanzet/ inventarisatie binnen de totale Woonmilieuvise. Binnen de Westelijke Mijnstreek is een ruimte verscheidenheid en diversiteit aan woonmilieus aanwezig. Om echter niet te vervallen in het onderscheiden van tientallen woonmilieus is met betrekking tot het studiegebied voor gekozen om dit op een redelijk hoog abstractieniveau te doen. Deze werkwijze is gehanteerd om enerzijds de overzichtelijkheid te bewaren en anderzijds de verschillen (en overeenkomsten) op een hogerschaalniveau te bezien.
De vijf woonmilieus met de belangrijkste onderscheiden kenmerken
|